Types in het BuO zijn afgestemd op speciale noden.

Buitengewoon onderwijs is onderwijs aangepast aan de opvoedingsbehoeften van kinderen en adolescenten met:

  •     een licht mentale beperking (TYPE 1)      
De leerlingen moeten in staat zijn elementaire schoolse kennis en vaardigheden te verwerven en een beroepsvorming door te maken om in het gewone milieu en beroepsmilieu te integeren. 
  •      een matig mentale beperking (TYPE 2)      
Door een sociale vorming en een aangepaste opleiding met arbeidskarakter, proberen we de opname van onze leerlingen in een beschermd socio-professioneel milieu mogelijk te maken.
  •    een ernstig mentale beperking (type 2)
Door aangepaste opvoedende activiteiten proberen we de sociale zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. 
  •         karakteriĆ«le stoornissen (TYPE 3)

Leerlingen met structurele en/of functionele stoornissen in het affectief-dynamische en relationele aspect van de persoonlijkheid komen hier aan bod

  •        lichamelijke gebreken (TYPE 4)
  •         ziekte (TYPE 5)
 Dit type is bedoeld voor die leerlingen die lijden aan een lichamelijke aandoening en behandeld worden in een ziekenhuis of een door het rijk georganiseerde of erkende medisch-pedagogische inrichting.
  •     visuele beperking (TYPE 6)
  •     auditieve beperking (TYPE 7)
  •     ernstige leerstoornissen (TYPE 8) 
Dit type, enkel in het BLO, is er voor leerlingen die normaal begaafd zijn en over een normaal gehoors- en gezichtsvermogen beschikken en toch stoornissen vertonen in de taalontwikkeling of het leren spreken en/of bij het lezen, schrijven en rekenen stoornissen vertonen die dermate ernstig zijn dat bijzondere hulp in het gewoon onderwijs niet kan volstaan.